I don’t have soundbites


I just don’t think that way.
Dat is het antwoord dat Susan Sontag blijft herhalen in een interview met haar dat te zien is op Youtube. Bij iedere vraag die haar gesteld wordt schudt ze haar hoofd, lacht ze schamper. Houdt u van populaire cultuur? “Zo denk ik niet.” Wat is uw visie op de toekomst van linkse politiek? “Zo denk ik niet.” Het gesprek stokt; de interviewer hakkelt, zwijgt. Sontag komt hem niet tegemoet. Uiteindelijk stelt ze met een zucht: I do not use that language, I think I have a more complicated view. Those are journalistic terms, and I don’t need these journalistic categories.

Ik keek het interview voor het eerst een aantal jaar geleden, toen ik de dagboekaantekeningen van Sontag las, uitgebracht onder de titel Reborn. Verbaasd staarde ik naar de vrouw met enigszins strenge grijze lok op het scherm. Waarom formuleerde ze geen prachtige volzinnen? Waarom deed ze zo bits? Was dit de schrijfster die schreef over “de marteling om niet in staat te zijn verlangen bij de ander af te dwingen?” Dat wilde ik horen! Hoe kon ze denken dat ik dit zou willen zien? Arrogant was ze, vond ik. Onwelwillend. Ondankbaar. Pak je podium, mens.

Toch is het fragment me bijgebleven. Sterker nog, ik denk er vaak aan. Want wat deed Sontag precies? Ze weigerde antwoord te geven op vragen, gesteld in categorieën die zij niet onderschreef. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar Job Cohen die stotterde tijdens de verkiezingsdebatten in 2010. De volgende dag haalde Maarten van Rossem in DWDD zijn schouders er over op. “Ik zou niet eens willen verschijnen in Tv-debatten waarin ik uiterst complexe maatschappelijke problemen in dertig seconden moest uitleggen, én oplossen.”

Van Rossem en Sontag wijzen allebei op het belang van een aantal overwegingen voor politici die hun authenticiteit niet willen verliezen. Vóór ze instemmen te participeren in een vraaggesprek of debat, moeten zij bedenken: ben ik het eens met de vorm? Deze vraag valt in tweeën uiteen. Ten eerste, in welke termen, in welk discours, wordt het debat gevoerd? Op deze manier voorkomt een politicus meegesleurd te worden in een uiterst ongemakkelijke positie: in de taal, de categorieën en daarmee de wereld van de tegenstander. De beste reactie op frames als ‘gelukszoekers’ of ‘islamisering’ is, vanuit dit perspectief: You have another agenda, and it is not mine. I don’t think that way – en weigeren verder mee te gaan.

Ten tweede moet een politicus (of politica) zich afvragen of hij genoeg tijd krijgt. Vooral als zijn verhaal genuanceerd is en de benoeming van feiten vereist dan is het verstandig om alleen die confrontaties te accepteren waarbij er de kans bestaat om recht te doen aan de complexiteit van een onderwerp. Zo niet, dan volstaat een korte reactie, met daarin deze quote van Sontag: I don’t have soundbites. Sorry, I just don’t. I would need to sit in a corner for three days, before I can answer those questions. I am not a performing artist.

Verscheen op blog van Bureau de Helling.